Olah Chadasha

Verslag 6, Jacqueline Bouscher

E-mailadres Afdrukken PDF

Verdroevig

Het is de vandaag Dag van de Herinnering. Natuurlijk stond ik daar gistermiddag niet bij stil, was naar het strand geweest en daarna naar Ivrietklasje. Dus nog half in strandjurkje en met verbrand & warrig, doorzond hoofd storm ik nietsbeseffend en veel te laat de les in. Ik zou daarna met mijn vrienden naar het Rabin-plein gaan om de ceremonie bij te wonen, maar wat dat in ging houden, daar had ik nog niet bij stil gestaan. Pas in de les realiseerde ik me de ernst van de dag.

Israel is opgericht in 1948. 62 jaar oud. Jonger dan mijn ouders. 3 jaar ouder dan de VN. Net zo oud als de VVD. Het jaar waarin De Avonden van Gerard Reve uit kwam.

Ik ken mijn ouders vrij goed en heb bij de VN gewerkt. Ik heb nog nooit op de VVD gestemd maar vind het altijd wel een degelijke partij. Net als de rest van Nederland heb ik De Avonden gelezen. Zo dichtbij komt dat, de oprichting van de Staat Israel. Zo jong en al zo’n bizarre geschiedenis.

In de les gingen we, uiteraard in het Ivriet, de oorlogen tellen. 1948 Onafhankelijkheidsoorlog, 1956 Sinai Oorlog, 1967 Zesdaagse Oorlog, 1973 Jom Kipoeroorlog, 1982 Libanon Oorlog, 1991 Golf Oorlog, 2006 Libanon II. De conflicten in & met de Bezette Gebieden daar gelaten.

Ik staar verbouwereerd naar het bord. 7 oorlogen in 62 jaar. Geen decennium in rust en vree. Geen generatie kinderen zonder luchtalarm en schuilkelders. In die luttele 62 jaar al zoveel ellende en verdriet. Ongeacht de reden. Ongeacht de oorzaak. Ongeacht de vergelding. Ik wil nu even niet de discussie aan. Ik schrik en probeer me voor te stellen wat dat met je doet, met de gewone Israëli, die geen politieke mening aanhangt, die niet beschikt over leven en dood. Ik weet even niet meer wat ik moet denken. De sterke agressor Israël breekt voor mijn neus af en door de spierballen heen zie ik het kleine, kwetsbare jongetje wat schuil gaat onder die dikke laag harde, stoere retoriek.

Stil van mijn nieuwe besef loop ik met mijn vriendinnen naar de ceremonie op het Rabinplein. Op dit plein waar zo symbolisch de hoop op vrede aan flarden werd geschoten, werd het leed van de Staat Israel even in een twee uur durende ceremonie bloot gelegd. En ik mocht kijken.

Om 8 uur luidde de sirene. Stiekem vroeg ik me altijd al af hoe die hier zou klinken, want ik was wel nieuwsgierig naar dat lugubere geluid hier in Israel. Stelde me daar altijd een oorverdovend, allesoverstijgend, niets-en-niemand-ontziend geluid bij voor, maar blijkbaar klinkt elke landssirene overal hetzelfde. Vervolgens zat er een uur tussen de sirene en het begin van de ceremonie. Omdat Israëli’s toch altijd te laat komen.

In dat uur stroomden duizenden mensen samen op dat ene plein om de ceremonie bij te wonen. Het zat vol met jongeren, de gemiddelde leeftijd lag op zo’n 23 jaar. Duizenden jonge gezichten, duizenden oud-soldaten.

Om 9 uur begon het officiële gedeelte. Liederen, toespraken, citaten, video’s, foto’s, muziek, familie van gesneuvelde soldaten die hun verhaal deden. Een doof echtpaar, die hun zoon waren verloren in een van de oorlogen. Een vrouw die haar man zo miste. Muziek over oorlog, over nooit meer thuis komen, over broers die elkaar nooit meer zien, over het grootste verlies.

Het hele plein in tranen. Tieners met trauma’s over verloren vrienden en broers, zussen, neefjes en nichtjes. Stoere mannen die elkaar een seconde gekweld aankijken en lichtelijk aanraken, waarschijnlijk ooit in dezelfde eenheid gediend. Meisjes die elkaar huilend in de armen vallen, waarschijnlijk hetzelfde vriendinnetje in gedachten hebbend. Een gebroken avond, waarin ook ik brak. Zelfs al is het mij allemaal vreemd, ik voelde de wreedheid van oorlog en de onmenselijkheid van het kwijtraken. Ongeacht oorzaak, reden of schuld. Ook ik brak.

Op het podium Gabi Ashkenazi, generaal van het leger. De man die ‘onbeschreven’ jongeren de hel inloodst, die verantwoordelijk is voor de PTSS van de Israëlische maatschappij. Hoe slaapt hij ’s nachts? Maar iemand moet het doen en deze man is een geschikte opperbevelhebber. Kom er weer eens niet uit.

Na een twee uur lange droevige ceremonie stond iedereen op om het volkslied, het Hatikva, te zingen. Snotterende gezichten zongen op fluisterende toon ‘De Hoop’, het volkslied over het verlangen naar een eigen staat, een eigen thuis voor het Joodse volk. De hoop deze ooit te realiseren. Sinds 62 jaar een feit, maar niet zonder slag of stoot en gepaard met onwaarschijnlijk veel leed. Ten koste van wat ze lief is betaalt de Israëlische staat de duurste prijs, haar nieuwe generaties. Wat is dit toch een beladen land.

Misschien dat er daarom een paar onbehoorlijken tijdens de plechtigheid in de bosjes zaten te pissen, disrespectvol peuken opstaken of liepen te bellen. Ze zeggen dat iedereen op zijn eigen manier met emoties omgaat. Als de Israëlische manier van 'verwerken' onbeschoftheid is, verklaart het voor mij een hoop, of beter gezegd ‘De Hoop’. Weer een dag waarin ik met een knoop in mijn maag ga slapen.

 

Verslag 5, Jacqueline Bouscher

E-mailadres Afdrukken PDF

Eetbaar&datebaar

In dit land is werkelijk alles eetbaar en datebaar. Zowel mannen als voedsel heb je in alle kleuren, geuren (das soms wat minder appetijtelijk) en smaken. En nergens een tekort aan, alles in overvloed. Je kan nergens gaan, staan, lopen of kruipen voordat je eten in je hand krijgt gedrukt, of for that matter ’n telefoonnummer en in enkele gevallen een huwelijksaanzoek.

Eten is de nationale sport, de Israëlische manier van vergaderen en/of tijd verdrijven. Jachnoun, shakshouka, schnitzel (ja kippeschnitzel is de lokale delicatesse – ik begrijp er ook nix van), falafel, shawarma (oftewel shoarma), humus, tahina en heaven knows wat nog meer wordt aan de lopende band gefabriceerd en geconsumeerd. Dan komt daar nog bij dat elk feest zijn eigen gerecht kent (Poerim Hamansoren, Chanoeka Soefganiot, Pesach Matzeballen, etc.). Daarnaast heb je niet alleen de verschillende gerechten, maar kan je ook nog bedenken welk sausje je erover heen wilt gieten, want elke cultuur kent zijn gebruiken, en dus eigen recepten. Zelf hou ik meer van de Sefardische manier van koken (met name Noord-Afrikaans en Midden-Oosters) dan de Ashkenazische manier (Oost-Europees) maar beide zijn heerlijk.

Op het gebied van daten heb je ook verschillende smaken met aparte culturele sausjes. Niet dat ik daar ervaring mee heb, maar van horen zeggen. Er zijn de internationale ‘oliem chadashiem’, de ‘nieuwe immigranten’ – die overal vandaan komen, Amerika, Frankrijk, Belgie, Engeland, etc. meestal jong en succesvol, en vaak zoekende naar een Israëlisch leven en bijbehorende partner. De tweede categorie is de ‘goede’ Israëli. Die zijn vaak ook hoogopgeleid, kind of kleinkind van immigranten, zitten in de IT, komen soms uit de Kibutz of Moshav, gaan voor shabat vaak naar hun ouders en zien er relatief normaal uit. Voor de restcategorie moet je oppassen, daar gaat een hele dikke streep doorheen. De Arsiem. Terecht gevreesd. De Arsiem zijn herkenbaar aan de dikke gouden kettingen, opgepompte spierballen, Versace-accesoires, oorbellen of tatoeages. Arsiem zijn tevens te herkennen aan hun levenshouding; chauvinistisch, arrogant, agressief. Arsiem vallen dating slachtoffers frontaal aan en deinzen nergens voor terug, niet voor afwijzingen of andere obstakels zoals een andere liefde. Arsiem worden gekenmerkt door Alpha-mannetjes gedrag, waarbij ze door middel van opdringerige taal of obscene gebaren hun testosteron rond smijten.

Niet alleen de gedragscode onder Arsiem, maar de hele Tel Avivse sociale code is erg sexueel geladen. Dat merk je op vele manieren en valt meteen op. Vrouwen (hoe curvy of mager dan ook) gaan gekleed alsof ze rechtsreeks uit de FHM komen gewandeld en mannen kijken er uitgebreid en gretig naar. Deze paringsdans voltrekt zich overal, ten alle tijden.
Het is misschien het warme klimaat of het Mediterraanse bloed dat kruipt waar het niet gaan kan, maar Tel Aviv ademt flirtation en nachtelijke escapade. Uiteraard doe ik hier als braaf Nederlands meisje niet aan mee, maar eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat dit je zelfs als simpele toekijker en geheel-onthouder niet helemaal kan ontgaan.

Voordat jullie hier en masse op gaan reageren, weet dat mijn ouders deze verhalen aandachtig lezen.
De Israëlische dating scene is een apart spel heb ik me laten vertellen – via een vriendin van een vriendin. Die is net zo intens als het hele leven hier, het glas is vol of leeg – maar absoluut nooit halfvol. Israëlisch daten is een soort heftige tango. Men houdt hier überhaupt geen mate en al zeker niet in het daten. Op de eerste date ligt de ketoubah (huwelijksacte) met pen op tafel en gaat het gesprek over volgende week wanneer je op shabat bij de mishpoche (familie) aan tafel zit of bij oma in Jeruzalem langs gaat. Nee zeggen is helaas geen optie. Vakantieplannen worden voorbereid en ook waar je gaat samenwonen is slechts een kwestie van wie de beste prijs-kwaliteitsverhouding te pakken heeft. Het maakt niet zoveel uit hoe je dag was of hoe lang je al in Israel bent. Van de ene op de andere dag vindt je jezelf in de ‘vriendinnetje’s’ rol, of je dat nou wel of niet ziet zitten. En net als je daaraan gewend bent is het weer over. Opeens. Terwijl jij nog bezig bent met nadenken over hoe je subtiel kan verwoorden dat je het langzaamaan wilt doen en dat je het allemaal niet zeker weet, vind je jezelf van de een op de andere dag aan de kant gezet en zit hij weer hand-in-hand met dat meisje uit dat café waar je naast zat toen je hem ontmoette. Ja dat is gek. En een doodnormale zaak hier in Israël.

Andersom is het nog idioter. Mocht jij na date twee erachter komen dat het toch niet de man van je dromen is, volsta je niet door gewoon de telefoon niet meer op te nemen en/of niet terug te smsen, wat in Nederland weer schering en inslag is. In Nederland geldt het nuchtere ‘hoe botter, hoe beter – des te sneller kom je ook weer overheen’. Maar hier gaat dat anders. In Israel moet je niet alleen op dramatische wijze verkondigen dat het niet gaat werken maar ook nog eens uitleggen waarom the magic didn’t happen. Alsof je daar op zit te wachten. Alsof hij daar nou echt op zit te wachten. Alsof je daar eerlijk over gaat zijn. Ik zie het al gebeuren ‘sorry maar ik vind je niet interessant genoeg’ of ‘helaas, je hebt geen humor’. Want hier in Israel moet je daar ook nog eens de discussie over aangaan, ze gaan er gewoon tegen in. Dus ga je met iemand die je niet kent en niet ziet zitten een welles-nietes discussie aan over een connectie die er niet is om redenen die niet rationeel uit te leggen zijn of zo hard zijn dat je maar liegt om zijn eigen bestwil. Dan wordt je gedwongen te zeggen dat het niet aan hem ligt maar aan jou, terwijl het zeer zeker niet aan jou ligt en hij hier de saaie dropdruiftegel is. Dus neem jij de schuld maar op je, uit sympathie voor hem en omdat je toch niet écht zegt wat er met hem aan de hand is. Lekker constructief daten!

Ingewikkelde situatie voor die vriendin van die vriendin, heb maar met haar te doen. Het arme kind. Gelukkig is alles nog eetbaar als het niet meer datebaar is, want comfortfood is hier uiteraard aan de lopende band te krijgen

 

Verslag 4, Jacqueline Bouscher

E-mailadres Afdrukken PDF

het Recht van de Sterksten: De Sherut

Normaal gesproken leg ik ’s ochtends mijn leven in de waagschaal door naar kantoor te fietsen, maar heel af en toe laat ik deze eer over aan een talentvolle buschauffeur. Vooral als het regent neem ik een bus of sherut naar werk. Het systeem van de sherut is voor mij de ultieme inburgeringstest, dé beproeving van het Israelische leven.

In Israel geldt het recht van de sterkste. Darwin’s theorie is bij mijn weten rechtstreeks afgeleid van de Israelische maatschappij en niet van de Galapagos. Sterk betekent hier niet altijd slim of sluw, nee sterk, as in Me Tarzan, You Jane. Dat is met alles zo, maar de sherut is toch wel het lichtende voorbeeld.

Een sherut is een oud taxibusje waar ongeveer 10 mensen in kunnen. Allereerst kan je op elke hoek van de straat de sherut oppikken. Das handig zou je denken want hij stopt dus ook overal. Maar niets is minder waar in deze snoeiharde Israelische samenleving.

Zodra ik op een hoek op een sherut sta te wachten komt er altijd net iemand aanlopen die me bestuderend aankijkt. Dan word even ingeschat of ik ook op de sherut sta te wachten. Als de persoon in kwestie een flauw vermoeden hiertoe heeft, word ik een paar meter ingehaald zodat hij/zij eerder binnen het bereik van de sherut is.

G’d mag weten hoe ze het elke keer zo uitkienen maar de sherut heeft altijd één plekje over. Altijd. Maar één plekje. Ik vermoed dat ze dit expres doen, alleen om mij te pesten. Die ongelofelijke matenaaier die net aan kwam lopen terwijl jij al 10 minuten smachtend naar de sherut staat te lonken stapt in en jij blijft wachten tot het ritueel zich een stuk of 4 keer herhaalt.

Op het moment dat je ongans hiervan lijkt te worden of te laat dreigt te komen, kom je in opstand. Zelfs een brave Nederlander laat zich dit niet 5 keer gebeuren. Dus loop je erheen en zegt op beleefde toon ‘excuse me, i was first so i’m entitled to this spot’. Geen verschil. Er gebeurt helemaal niets; de persoon stapt in en jij blijft verbouwereerd achter. Dit interesseert zowel de matenaaier, als de sherutchauffeur, als de medepassagiers werkelijk geen fluit. Als je het echt getroffen hebt lachen ze je nog even uit.

De volgende keer doe jij dit dus anders. Zodra de situatie zich weer voordoet sprint je naar de sherut toe en zet het op een onbedaarlijk schreeuwen. In gebrekkig Ivriet brul je alsof je leven aan ‘n zijden draadje hangt “Ze sheli, ze sheli. Makom sheli. Haja rishon (en iets zachter erachteraan – “jij onwaarschijnlijke hufter met je lelijke hoerenloperige kop”), wat zich nogal vrij en vooral onjuist vertaalt in het is van mij, mijn plaats, ik was eerst. Iedereen begrijpt hieruit dat je toerist slash nieuwe inwoner bent en de matenaaier stapt gewoon weer in, de sherut scheurt weg.

Dus wordt je net als zij. Je verkoopt je ziel aan de ‘huis-tuin-en-keuken’ Israeli. Je past je aan, as easy as that. Je komt aanlopen en maakt een analyse van het straatbeeld. Waar staan je sherutvijanden? Wie is je sherutoppositie? Waar komen ze allemaal vandaan en welke technieken kunnen ze gebruiken? Je positioneert je op de meest strategische hoek a) waar de sherut als eerste komt en b) zo ver mogelijk bij de rest vandaan. Dan plak je al je spullen zo dicht mogelijk tegen je aan en sluipt op je doel af, altijd alert op kapers op de kust. Je schraapt je keel voor het geval het tot een verbale confrontatie komt. Onder decibel 150 verstaan ze hier sowieso niets en daarboven alleen in de vorm van schril, vals, kordaad geblaf. Je stroopt je mouwen op en doet je sjaal iets losser voor het geval het tot een handgemeen komt. Ja je neemt hier altijd het zekere voor het onzekere.

Vervolgens komt de sherut aanrijden. Hij stopt nooit vanzelf. En hij ziet je ook niet. Nee je kan niet anders dan de overvolle snelweg op sprinten, je door het verkeer heen manoeuvreren en jezelf voor de sherut werpen. Als je geluk hebt stopt ie, en zo niet, dan hoop je maar dat je goed verzekerd bent.

Dan opent ie zijn deur, rijdend. Want de volgende regel is dat de sherut nooit, maar dan ook helemaal nooit, stopt of stil staat. Ik denk ook dat ze in die oud-Russische busjes gewoon de remmen hebben wegbezuinigd. Dus je slingert jezelf als Jason Bourne in de sherut, die met minimaal 60 over het slechte wegdek scheurt en klautert erin. Met enig geluk is er een plekje vooraan vrij maar bijna altijd moet je zwalkend naar de achterste rij en tussen vier anderen in plaats nemen. Probeer dat maar eens met een gebrekkig motorisch gestel en in high-motion - succes! Ik beland dus regelmatig op de schoot van mijn vieze stinkende buurman die het allemaal reuze-gezellig vindt! Enig.

Nou goed je zit eindelijk. Dan volgt het betaalritueel. Een van de gekste dingen hier in Israel! Je geeft namelijk het geld (vaak niet gepast in de vorm van 50 of 100 shekel) aan je buurman, die het doorgeeft aan zijn buurman, die het weer doorgeeft aan zijn buurman, etc. tot aan de sherutchauffeur. Die geeft het wisselgeld weer terug aan de buurman van de buurman van de buurman totdat het weer bij jou is. Dus heeft iedereen jouw geld minimaal 2 keer in handen gehad. Hoe geinig! Totdat een keer iemand met jouw 100 shnikkel de sherut uitrent hoewel dat nog niet is gebeurd. Maar… wat niet is kan nog komen.

Dit is tevens het enige leuke moment in de sherut want al vrij snel volgt de meest uitdagende fase. Het uitstapmoment. Je moet heel goed weten waar je precies moet zijn, anders ben je het haasje. Dus als een bezetene hou je de omgeving in de gaten. Als je er bijna bent breekt het zweet je uit. Dan moet je namelijk de circuitracende chauffeur uitleggen dat je uit wil stappen.

Ik heb dat de eerste paar keer gedaan op ‘mijn’ manier maar kwam elke keer bedrogen uit. Althans niet bedrogen maar wel in een compleet andere buurt… Ik vroeg hem namelijk op aardige toon of hij me wellicht uit kon laten stappen want ik was er bijna. Waar maakte niet precies uit maar hier ergens. Stommer dan dit kon niet. De toon was vriendelijk, hence in de oren van de sherutchauffeur onzeker, aarzelend, niet bestaand. Ik werd genegeerd. Je moet EXACT aangeven waar je gedropt wil worden, anders ben je de sjaak – de sherut houdt geen rekening met beleefde flexibiliteit en rijdt stug door.

Dit overkwam mij meermaals. Het eureka-moment kwam pas als anderen uitstapten, dan kon ik op hun succes meeliften. Dus stapte ik vaak uit op het adres van mijn mede-sherutgangers, een kleine 7 minuten met de kamikaze-bus van mijn eigen bestemming ergo 20 min lopen. Niet heel handig maar wel een goeie leerschool. Want na een keer of 10 was ik het helemaal zat. Ik bestudeerde de gemiddelde Israeli ondertussen om de techniek onder de knie te krijgen en eindelijk na 2 maanden in het land heb ik een klein succesje geboekt. Think big, act small.

Donc, als je bijna op plaats van bestemming bent masseer je je stem en zet een onbedaarlijk geschetter op om de chauffeur al wurgend te dwingen je jetzt aus te laten steigen. Met harde hand, ferme stappen en strakke bewoordingen regeer je het Koninkrijk der Sherut. Hier is geen ruimte voor onzekerheid. Nahag, tatsor-li achshaw – briesend, eisend, met opgeheven hoofd. Ik ben heel even de sterktste... And thats how it’s done!

 

 

Zoeken

tekstgrootte

familieberichten

Momenteel zijn er geen berichten.