Ya'akov Almor

Polderjongen

E-mailadres Afdrukken PDF

Deze week werd in een digitale nieuwsbrief van het NRC de Polderatlas geadverteerd.
Ik heb onmiddelijk mijn broer in Nederland geinstrueerd het boek voor me te bestellen en nu mag ik hopen dat-ie 'm niet inpikt, want hij zal dit boek zonder twijfel even interessant vinden als ik.  

Een Nederlandser verschijnsel dan de polder bestaat er toch niet?. Meer dan de helft van Nederland's grondgebied is oorspronkelijk een polder, maar weinig weten dat.
Wanneer dezer dagen  (wist U dat Heldring zijn laatste column schreef in het NRC deze maand?) over 'de polders' wordt gesproken, bedoelt men de polders die nu onder Nederland's twaalfde en jongste provincie Flevoland vallen: de Noordoostpolder, Oost- en Zuid Flevoland.
Want ik ben een polderjongen.  Als Israelische bekenden en vrienden naar mijn wortels graven zeg altijd dat ik  - in Nederland - in een עיירת פיתוח   (ontwikkelingsgemeente  of stad)  ben opgegroeid. Opgetrokken wenkbrauwen zijn dan de minst heftige reaktie en ik kan dan meestal rekenen op een aandachtig publiek. En ik vertel ook nog de waarheid ook! 

Ik ben geboren in de Noordoostpolder maar kan me alleen onze jaren in Oost Flevoland herinneren. Toen wij in 1961 in Dronten  aankwamen, bestond het dorp uit maar uit enkele tientallen straten. Het hele dorp was één grote bouwplaats. Jarenlang hadden we geen wekker nodig. Om zes uur 's ochtends begon het heien. Twaalf meter lange betonnen palen werden een paar straten verder de zware zeeklei in gedwongen, met groot geweld en een enorm lawaai. 

Na school ging ik er met mij vriendjes op uit, de bouwplaatsen langs, meerijden met de zandautos (de chauffeur die me regelmatig meenam bleek daarvoor eerst toestemming te hebben gevraagd ) en als vijfjarige ben ik maar nipt aan de dood ontsnapt toen ik op een opgespoten  bouwplaats in het drijfzand terecht kwam en er maar net door mijn maatje uit kon worden getrokken.  

De grond was er bijzonder. Zeebodem. Een droog en zwart strand.  Als je een spade de grond instak – als je dat als kleine jongen lukte – kwam er een brok grond, vol met schelpen te voorschijn. Mijn vader nam me een keer mee, ver buiten het dorp, door een small platgetrapt pad in een eindeloos veld van manshoog oogverblindend geel-bloeiend koolzaad, tot we in een maaiveld van zo'n dertig bij dertig meter kwamen. Een aantal jonge mannen waren er omzichtig in de grond aan het wroeten. "Archeologen," legde de mijn vader uit. "Ze hebben het wrak van een Romeins schip gevonden."   Geen Jezusboot, maar wel uit die tijd!  

In de tien huizen in ons rijtje op de Lijzijde bestierde de kruidenier Bleeker zijn winkel in zijn huiskamer, net als Filius zijn confectie zaak. Pionieren, maar min of meer op pantoffels, pleegde mijn vader te zeggen. En tegenover ons rijtje huizen: niks, helemaal niks. De horizon. Met hier een daar een dak van een boerderij. Vanuit het zolderraam kon je Kampen zien liggen. Wijdsheid and a big sky.

Af en toe, als ik door de noordelijke Negev rijd, tussen Kiryat Malachi en Be'er Shva, ervaar ik soms even dat bekende gevoel uit mijn jeugd, het genot van tot aan de horizon te kunnen kijken, zonder (te veel) obstakels, de wijdte, de rust die daar vanuit gaat…

Maar ook in de polders is de horizon zo goed als verdwenen De singels van diezelfde boerderijen zijn nu bomen van zo'n 20 meter hoog. Er werd toen wij op de Lijzijde kwamen wonen tegenover ons een bos aangeplant, kleine boompjes van nog geen meter. Sindsdien hebben de meeste van die bomen het veld moeten ruimen voor een villawijk.
De overlevenden zijn enorm. 

Ik email nog even mijn broer.  Hij bestelt er maar twee.

 

 

 

Ziekenhuis

E-mailadres Afdrukken PDF

"Raviv belde net dat-ie opgehaald moet worden. Hij is gevallen met skateboarden en zegt dat z'n schouder uit de kom is geschoten," riep mijn echtgenote op de telefoon. "En ik zit in de file!"

Okay, boys will be boys, dat soort dingen gebeuren.  Ik stond zelf net onder ons huis in Herzliya, op het punt om in de auto te stappen toen het gesprek binnenkwam. Na een diepe zucht heb ik mijn geplande afspraak en behandeling afgezegd -- daar gingen een paar honderd shekels naar de haaien -- en een nieuwe koers uitgezet.  Ambulancedienst. Weer eens wat anders dan taxichauffeur voor mijn kinderen spelen.

Omringd door drie van zijn goede, bezorgde vrienden  -- ze kennen elkaar ongeveer vanaf de crèche - stond Raviv met een strak getrokken gezicht van pijn op de hoek van de Asher Barashstraat te wachten. Een van de jongens legde Raviv's skateboard in de achterbak terwijl de twee anderen hem in de auto hielpen. Wat een mazzel heeft die jongen met zulke goede vrienden die elkaar hun hele leven al kennen.

Een uur later, in het medisch centrum van het Maccabi ziekenfonds in het nabije Ramat HaSharon – het is een juweel van een centrum met top mensen en service -- moest er natuurlijk eerst een rontgenfoto worden gemaakt. 

"Je schouder uit de kom?" vroeg de dienstdoende orthopeed terwijl hij het bestand met de de rontgenfoto op zijn computerscherm open klikte en vervolgens aandachtig bekeek.  "Nou, dat denk ik niet.  Je schouder is verbrijzeld!"

Wow. Boys will be boys, maar dit is minder leuk.

"En ik zie, jongeman," ging hij verder, "dat dit de tweede keer is in 18 maanden dat je dezelfde arm breekt. Je had de eerste keer een kleine zgn. cyste, een holte, in het bot van je bovenarm, maar deze keer is diezelfde cyste een stuk groter geworden.  Dat is ook de reden dat nu niet alleen die arm weer op dezelfde plaats brak, maar ook verbrijzelde! Ik geef je een verwijzing naar  het ziekenhuis." 

Israeli hebben de neiging om over alles en nog wat te klagen, maar  over onze medische zorg kan ik – ook na 30 jaar in Israel – nog steeds alleen maar lovend zijn. Raviv werd vervolgens uiterst vakkundig 'ingepakt' en duidelijk maar zeer vriendelijk geinstrueerd.   

Fast forward naar het Sourasky Medisch Centrum, of wel het Ichilov ziekenhuis in Tel Aviv. We waren een aantal dagen later in de vroege namiddag in no time door de bureacratie heen en werden na minder dan tien minuten wachttijd bij de behandelde arts  - een orthopedische onkoloog of een onkologsche orthopeed - binnengenood. 

Wij hadden inmiddels een aantal artikelen over Raviv's geval gelezen, en hadden al wel begrepen dat het een goedaardig verschijnsel is dat zich per regel bij tieners manifesteert, en meer bij jongens dan bij meisjes. Een "unicameral bone cyst."  Maar over de te volgen behandeling hadden we vragen.  Na zo'n vijf mniuten wijst Raviv mij op de enorme kalender van de KLM die aan de muur van kleine behandelkamer hangt. "Ja," articuleer ik voor mijn zoon in het Nederlands:"Koninklijke Luchtvaart Maatschappij."

De arts kijkt verrast op. "Zijn jullie Nederlands?" vraagt-ie met een grijns en een onvervalste Amsterdamse tongval. "Had dat dan gelijk gezegd!"

"Hoor je ons accent dan niet?" vraag ik. "Nee , net als jullie het mijne niet herkenden," pareert hij. 

Vanzelfsprekend duurde het bezoek even iets langer dan gepland. Wie, waar vandaan, wanneer,  enz.  Bovendien werd de diagnose nogmaals maar nu in het Nederlands gesteld, de geruststellende woorden klonken veel beter in onze 'mamaloshen' en de arts beloofde na overleg met zijn collegae ons zo gauw mogelijk telefonisch op de hoogte te stellen over de verkozen behandeling.

"En ik weet nu al wat mijn collegae me gaan zeggen als ik jouw geval te berde breng," zei de arts. "Waar haal jij toch al die Nederlanders telkens vandaan?'"         

 

 

Amateur Ambassadeur

E-mailadres Afdrukken PDF

We kennen het gevoel bijna allemaal, in meerdere of mindere mate.  Zodra je uit het vliegtuig bent gestapt en de buitenlandse reis echt begonnen is, gaat er een knopje om. Maakt niet uit of je een paar uur eerder nog – om drie uur 's nachts, bij gate B9 onder het genot van een cappuccino – Yair Lapid hebt uitgefoeterd omdat-ie 'het politieke midden' nog zoutlozer aan het maken is, of je beklag hebt gedaan over hoe slecht 'rechts' z'n p.r. doet – zodra je "ba-choel" bent, wordt je nolens volens een amateur ambassadeur van Israel.

Maar ik was niet voorbereid op wat me een paar dagen later zou gebeuren tijdens een busreis in Italie, tussen Padua en Vicenza. Achtergrond: Ik was uitgenodigd om een internationale vakbeurs bij te wonen en o.a. te verslaan in het Noord-Italiaanse Vicenza, niet ver van Venetie, en werd met andere collegae uit de branch, en met een aantal anderen zakenlui / beursgangers, in een hotel in Padua ondergebracht.  Een bus reed ons 'smorgens en 's avonds aan en af, een rit van zo'n 40 minuten.

Op de eerste morgen stelde ik mij -- zoals dat een in Nederland opgevoed persoon (en public relations specialist) betaamt --  stelde ik mezelf voor toen ik plaats nam naast een man die bij het raam zat. "Waar zeg je dat je vandaan komt? Israel?" zei hij met opgetrokken wenkbrauwen. "Klopt, en U?"  "Hm, Saoedie Arabië"  Nadat we enige informatie hadden uitgewisseld wat we allebei op de vakbeurs kwamen doen en wat specifiek onze ieders vakgebied was,  zei hij dat hij eigenlijk niet begreep wat de joden in 'Palestine' te zoeken hadden. "U bedoelt Israel," probeerde ik. Het was hem duidelijk dat ik niet in Israel geboren was, en dat was toch het geval met het overgrote deel van de joden? Ik gaf hem, naar mijn beste kunnen, een overzicht van Israel's immigratie geschiedenis en demografie - Arabische landen incluis. We praatten vervolgens wat over 'het probleem,' en ik sprak mijn goede hoop uit dat we binnenkort een 'leap of good faith' van onze leiders zouden meemaken, a-la-Begin en Sadat. Ik suggereerde bovendien dat er, met het oog op de dreiging vanuit Iran in het algemeen, en van de kant van Chizballah en Chamas in het bijzonder, waarschijnlijk veel nauwere kontakten tussen Israel en Saudi Arabie bestonden dan wij beiden wel wisten. "Onmogelijk, dat zal nooit gebeuren en zeker niet zolang de VS en Israel de wereld in hun greep hebben," uitte de man. "Pardon?," zeg ik.  Kunt U dat even kwalificeren?"  "Amerika en Israel kontroleren de wereldeconomie, de joden hebben de banken en de financiele market in handen. Kijk maar de joden in de Amerikaanse regering en naar wat AIPAC doet in the VS," stelde de man. Er werden vervolgens nog een aantal uitspraken gedaan die zo uit Der Sturmer, als niet uit de Protokollen van de Wijzen van Zion zouden kunnen zijn gehaald. (In de Arabische landen om on heen wordt over het algemeen niet getwijfeld aan de echtheid van de Protokollen en zijn deze dan ook op grote schaal verkrijgbaar als "historische literatuur.  (Zie ook http://nl.wikipedia.org/wiki/Protocollen_van_de_wijzen_van_Sion).

"Ik kan je daar maar één ding op zeggen. Bullshit. Klinklare onzin.  Je lijkt me niet dom, je bent duidelijk bezig anti-semitsche vuilspuiterij te bedrijven. Waar heb je het vandaan?" zei ik.  En zo ging het nog even door, met tegenvuur van mijn kant. De Islam was er volgens mijn reisgenoot altijd geweest, al sinds Ishmael, en was dus ouder dan het Jodendom. Sprekend over Jerusalem als heilige stad - Al Kuds  - reageerde hij ontsteld op mijn bewering dat Jerusalem nergens in de Koran wordt vermeldt, en daarentegen 992 maal in de Tenach met naam wordt genoemd. "Is niet waar," zegt de man, 73 maal maar liefst komt de stad voor in de Koran!

Ik vond dat ik het niet gek deed, was blij dat ik een paar dagen eerder nog even wat powerpoints had gezien met wat lijstjes van argumenten. Maar toch stapte ik met een flinker kater uit de bus: De man had even duidelijk bewezen dat wat de arabieren betreft Israel en joden in de diapora allemaal één pot nat zijn en dat in deze anti-Israel propaganda en antisemitisme gewoon identiek zijn.  Had dat wel vaker gehoord, maar moest het wel even ingewreven krijgen.

Ik zou dit stukje niet gescheven hebben als me na terugkomst niet een link toegestuurd was met een interview door Ya'akov Ahimeir van Kanaal 1, waarschijnlijk tijdens een uitzending van "Roiem Olam." Het betrof een interview met de Britse publiciste en journaliste Melanie Phillips, waarin ze zegt dat Israel's "hasbara (voorlichting)" een "joke" is. Ze legde uit dat we momenteel op geen enkele manier uitgerust en opgewassen tegen de grote 'brainwash' die in vele landen om ons heen gaande is en systematisch Israel en het jodendom als religie en cultuurgoed delegimatiseert. Ze foeterde – netjes, op z'n Brits, maar met krachtige woorden – de Israelische regering flink uit. "Jullie geven geen enkele tegenvuur, de arabieren hebben het hele veld voor zich en niemand tackelt hun," zei Phillips. "  'k Zou er gauw wat aan doen, voor het te laat is, adviseerde Phillips.

http://www.youtube.com/watch?v=_4dksiRW-Yg&feature=player_embedded

Meestal val ik in de bus in slaap. Ben bang dat de herinnering aan deze specifieke busrit mij voorlopig wakker zal blijven houden.

 

Wie is Bart Aalbers?

E-mailadres Afdrukken PDF

"Wie is Bart Aalbers," vroeg ik in een telefoongesprek vorige week met Chris Bonfeel, een van de vaste medewerkers van de IOH .  "Geen idee?" zegt Chris. "Waarom?"

"Nou, een van de stukjes die in de laatste Aleh stond werd door een "Bart Aalbers" getekend en ik vroeg me af wie dat is en waar ik 'm kan vinden," zeg ik en leg uit dat mijn Nederlandse naam "Aalbers" is en dat ik nieuwsgierig ben of deze Bart misschien verre familie kon zijn.  Chris beloofde antwoord maar waarschuwde dat het even zou duren.

De volgende dag vertrokken we met de hele familie naar Nederland.   Voor het eerst in vele jaren vielen Chanuka en Kerst weer eens samen.  Goede planning en onkarakterestieke doortastendheid leidden tot een volle week in Amsterdam, dmv huizenruil met vrienden en maximaal puntengebruik (is dat een Nederlands woord?) bij de meestal zeer puntenonvriendelijke luchtvaartmaatschappij El Al.

"Wie is Bart Aalbers?" vroeg ik mijn broer Bert (nog altijd een Aalbers) nadat we de zes kaarjes voor Chanuka hadden aangestoken en het Kerstdinee voor geopend was verklaard.  "Geen idée," zegt Bert. "Weet jij het?" vraag ik mijn zus, wiens naam in het Hebreeuws Hadas luidt. "O, maar dat is een bekende grafisch ontwerper uit Rotterdam, je moet hem eens googlen, hij heeft wijde bekendheid door zijn werk," zegt ze, terwijl zij op de grond  zittend samen met haar zoon (en mijn neefje) Bart een kerstkadoo – Lego!!! -  uitpakt.

'Over wie hebben jullie het?" vraag mijn vader,  zich losmakend uit  een groep van zijn kleinkinderen die hij net met Chanukagelt verblijd heeft . "Bart Aalbers? O dat is vast een zoon van de bekende Rotterdamse graficus B. Jan Aalbers. Die heet dus net als ik.  We hebben ooit eens kontakt gehad over een idée om samen een boekje te maken. Geen idée of het familie is, maar hij is waarschijnlijk van de tak uit de Achterhoek."

Vlak voor we vanochtend ons geleende huis op de Ceintuurbaan weer verlieten, om huiswaarts te keren, heb ik m'n mail nog even gedownload.  Na het NRC, de Volkskrant en - bij gebrek aan beter – Yedioth, ben ik mijn email maar eens gaan doornemen, op mijn  stoel op vlucht LY 338 richting BGA.  Chris bleek mijn vraag beantwoord te hebben.

"Bart Aalbers blijkt een pseudoniem te zijn van een bekende IOHer. Sorry dat ik je niets beters kan berichten."

Tijd om een stukje te schrijven, om verwarring te voorkomen.

 

Pluralisme nog ver te zoeken

E-mailadres Afdrukken PDF

Onze zoon Raviv is Bar Mitswa geworden afgelopen April. Inderdaad, een goede reden voor een hartelijk Mazzel Tov, en een klopje op eigen schouder want ik had er een hard hoofd in voor we aan dit projekt begonnen.

Enkele weken voor hij van voorzangster Dvora Rowen zijn eerst les zou krijgen, kregen we een telefoontje van Raviv's lerares Tenach van de middelschool in onze wijk.

 "Uw zoon heeft mij diep gekrenkt," begon de vrouw, die bij navraag naderhand orthodox-praktizerend bleek te zijn. Op de vraag waarom dan wel, vertelde ze dat Raviv ten overstaan van de klas haar gevraagd had om tijdens de les op te houden de 'hele tijd' over haar geloof in God te spreken en zich 'bij het boek te houden.' In de Tenachles is er per definitie geen ruimte voor godsdienstig onderricht, had Raviv haar gezegd.  Of we onze zoon tot de orde konden roepen.

Waarop wij haar voorhielden dat Raviv met zijn verzoek volledig in zijn recht stond, en er op een openbare staatschool bijbelles wordt gegeven in de traditie van David Ben Gurion, die terecht vond dat iedere leerling, religieus praktizerend of niet, een goede kennis van het geschiedenisboek van zijn volk moest hebben. Geloof in God en bijkomende ge- en verboden zijn echter niet iets wat in de les verkondigd dient te worden.

Ik kon de lerares' open mond bijna door de telefoon horen.  "Wat zijn jullie dan,atheisten?" vroeg ze. "Wij zijn heel dicht verbonden met de joodse traditie," ontweek ik haar vraag. "Raviv begint volgende week aan zijn studie voor zijn Bar Mitswa met een hele goeie voorzangster!" voegde ik eraan toe. "Voorzangster? Dat kan, dat bestaat toch niet, een voorzangster!" protesteerde  zij. 

Ik bespaar U de rest van mijn pleidooi over de noodzaak en het recht tot pluralism in het praktizeren en de beleving van het jodendom, en zal haar uitgesproken minachting niet vertalen. Ze sloot het gesprek af met de mededeling dat we nog van het schoolhoofd zouden horen.  De laatste kwam ik overigens later op school tegen, vroeg haar vervolgens   of zij nog iets te melden had betreffende de lerares Tenach en kreeg een glimlachend antwoord dat aan mijn betoog weinig toe te voegen was.

Raviv, met alle initiele tegenstand en brommerigheid dat-ie liever ging skate boarden, werd door Dvora al vlug om haar vinger gewonden en weken lang liep onze self-proclaimed agnostische zoon door het huis zijn Haftara en Parasha te neurieën. Het ging allmaal prachtig, op de zevendedag van Pesach met zo'n honderd famileleden, vrienden, en leden van de Kehila Bevat HaAyin  in Rosh HaAyin waar onder de bezielende leiding van Rabba Ayala Meron-Shashua onze zoon  - net als voordien onze twee oudere dochters – voor het eerst uit Torah voorxong.

Inmiddels zijn er in de sjoel van de Progressief Joodse Gemeente in het nabije Ra'anana  voor de zoveelste keer door (hoogst waarschijnlijk fanatieke,  Orthodox-joodse) vandalen grote vernielingen aangericht en hoorden we dat de orthodoxe fractie in Rosh HaAyin's gemeenteraad probeert te voorkomen dat er aan de Progressief Joodse Gemeente toestemming wordt  geven voor de bouw van een permanente synagoge. Bli Ayin HaRa, aub.

Ya’akov Almor
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

 

Zoeken

tekstgrootte

familieberichten

Momenteel zijn er geen berichten.